- kies een school -
 
 
 
 
 
 
 
 

Nederlands

Het vak Nederlands op het Cartesius Lyceum.

Nederlands wordt gegeven door de heer E. van Dijk, mevrouw C. Houwer, mevrouw S. Kam, mevrouw C. Oostvogel, mevrouw M. van Huystee, mevrouw Y. Versneij en de heer B. Vloet.

 

        

 

 

NEDERLANDS IN DE ONDERBOUW

Alle onderdelen van het vak Nederlands komen in de onderbouw aan bod: lezen, schrijven, spreken, luisteren, jeugdliteratuur(fictie), waarbij grammatica en spelling niet ontbreken. We gebruiken de methodeTaaldomein, waarin alle domeinen aan bod komen.

 

Werkwijze
De leerlingen oefenen in zelfwerkzaamheid aan de hand van studiewijzers per periode. De docent begeleidt de leerlingen door uitleg van de lesstof en het bespreken van de opdrachten in de klas.

 

Lezen
Onder Lezen verstaan wij het lezen vanzakelijke teksten uit kranten en tijdschriften, die veelal door de methode worden aangeboden. Het leesbegrip en de leesvaardigheid worden getoetst aan de hand van leestoetsen.

Het lezen van zakelijke teksten heeft bij ons prioriteit, omdat uiteindelijk voornamelijk het lezen getoetst wordt op het eindexamen.

 

Schrijven
Aan schrijven besteden wij veel aandacht met behulp van het computergestuurde schrijfprogramma TiO-abc.(Taal inontwikkeling)  In de eerste en tweede klassen besteden wij 1 lesuur per week aan TiO. In de derde klassen havo ook. De derde klassen vwo hebben één uur TiO per twee weken. De leerlingen beschikken allen over een persoonlijke inlogcode waarmee ze ook thuis kunnen inloggen.

Op school werken de leerlingen in het computerlokaal zelfstandig aan het schrijven van teksten en krijgen ze aanwijzingen en tips om verder te werken via het programma. De docent heeft hierbij een sturende rol. In het programma komen alle facetten van schrijfvaardigheid aan bod zoals woordenschat, spelling en grammatica, tekststructuren en tekstsoorten.

 

Spreken en Luisteren
Spreken en luisteren krijgen aandacht door middel van de methode. In ieder hoofdstuk van het boek komt dit onderdeel aan bod.Eventueel kan van de leerlingen verwacht worden dat zij een mondelinge presentatie houden.

 

Literatuur
We stimuleren de leerlingen om veel te lezen door het boekenaanbod in onze mediatheek, maar ook door klassensets in de lokalen. We vullen deze collectie jaarlijks aan.

In klas één en twee lezen de leerlingen regelmatig in de klas. In de methode komt een groot aantal literaire begrippen aan bod. In de onderbouw lezen de leerlingen per jaar drie boeken.

 

 

NEDERLANDS IN DE BOVENBOUW

Ook in de bovenbouw komen alle onderdelen van het vak Nederlands aan bod: lezen, schrijven, spreken en literatuur. Grammatica, spelling en argumentatieve vaardigheden worden als hulponderdelen hierbij geoefend. In de bovenbouw gebruiken we de methode Nieuw Topniveau.

Werkwijze

Meer dan in de onderbouw hanteert de leerling de studiewijzer per periode. Plannen is hierbij zeer belangrijk. De docent begeleidt de leerlingen, maar van de leerlingen wordt een grotere zelfwerkzaamheid verwacht dan in de onderbouw. Er vinden klassikale lessen plaats, waarin de docent de lesstof uitlegt en de opdrachten bespreekt.
Anders dan in de onderbouw staat in het PTA (Programma van Toetsing en Afsluiting) vast wat er ieder jaar wordt getoetst.

Lezen

Docenten trainen de leerlingen om grotere en moeilijkere zakelijke teksten te begrijpen. De leerlingen maken onder andere Cito-toetsen om het leesniveau vast te stellen. Net als in de onderbouw heeft het lezen van zakelijke teksten ook hier prioriteit. De examenklassen oefenen veel met examenteksten.

Schrijven

Het schrijfprogramma TiO-abc wordt ook gebruikt in de bovenbouw. De leerlingen werken hier een maal per twee weken aan. In de eindexamenklassen wordt geen gebruik gemaakt van het programma, maar oefenen de leerlingen in de les met het schrijven van verschillende tekstsoorten.

Spreken

De leerlingen moeten ieder jaar een presentatie houden, waarbij hun spreekvaardigheid wordt beoordeeld. Spreekvaardigheid maakt ook onderdeel uit van het schoolexamen.

Literatuur

Voor literatuur gebruiken we op het havo de methode Laagland, waarin de literaire begrippen en de literatuurgeschiedenis aan bod komen. De havo-leerlingen lezen in de bovenbouw verplicht acht boeken.
Vwo-leerlingen gebruiken de methode Literatuur: geschiedenis en leesdossier van Dautzenberg, waarbij een werkboek hoort. De vwo-leerlingen lezen twaalf boeken, waarvan drie van vóór 1880 en een gedichtenbundel.
Zowel op het havo als op het vwo zijn literatuurgeschiedenis en literaire theorie een onderdeel van het PTA.

 

  • Lees en/of download hier de themaboekenlijst bovenbouw
  • Lees en/of download hier het themaboekmapje Letterkunde voor klas Vwo-6